Geschiedenis

houtvaart oud en nieuw
De geschiedenis van de Houtvaart
 
Op 1 januari 1874 kreeg Augustinus Anthonius Sprenger
 
 ....,geboren te 's Gravenhage op 27 maart 1839, de onderwijzer èn eigenaar van de Gymnastiek-, Scherm- en Dansschool, voor vijf jaar een vergunning tot het plaatsen van een zwem- en badinrichting aan het Zuider Buiten Spaarne te Haarlem. Dit ter hoogte van de Bakkerstraat, tegenover de voormalige buitenplaats Oosterspaarne. Op 24 mei 1874 werd de badinrichting geopend. Aangezien het Spaarne ter plaatse 70 meter breed was en voorzien van een goede bodem had de stedelijke opzichter J.E. van den Arend positief over dit zwembad geadviseerd. Als bescherming tegen de scheepvaart had hij 'het stellen van zware palen en drijfboomen' voorgesteld.
 In 1878 kreeg A.A. Sprenger Sr. vergunning voor de aanleg van een tweede zwemschool, nu aan het Noorder Buiten Spaarne ter hoogte van de Friesche Varkensmarkt. Deze zou hoofdzakelijk worden gebruikt door 'den minder gegoede man en het militair garnizoen'. Weer vier jaar later, op 5 mei 1882 kreeg Sprenger van de Gemeente Haarlem een concessie voor 25 jaar om de zwemschool van het Zuider Buiten Spaarne te verplaatsen naar de Oude Brouwerskolk aan de Houtvaart. Ofschoon hij tevens over een vergunning beschikte om de zwemschool bij de Bakkerstraat naar de oostzijde van het Spaarne te verplaatsen, deed hij dat niet.
In 1884 werd in de Oude Brouwerskolk een nieuwe houten "Zwem- en Badinrichting aan de Houtvaart" in gebruik genomen. Dat werd als volgt aangekondigd:
 
"Voor mannelijke personen zal er geopend worden op Zaterdag den 7 Juni 1884; voor dames en meisjes wordt de inrichting den 14 Juni 1884 opengesteld. De inrichting is voor vrouwelijk zoowel als voor mannelijke personen dagelijks geopend van des morgens 6 uur tot 's avonds zonsondergang. Voor de dames en meisjes is een afzonderlijk bassin, dat geheel van de algemeene bassins is afgesloten, ingericht. Voor het gebruik van eenen handdoek betaalt men 50 cents voor het geheele seizoen, voor een maandelijksch abonnement f 4,50, voor twaalf kaartjes f 4,20, voor een enkel bad zonder handdoek 40 cents."
 

Met de vestiging van het nieuwe bad aan de Houtvaart kwam de inrichting aan het Zuider Buiten Spaarne te vervallen. In 1904 werd het Houtvaart-bad uitgebreid met een tweede, haaks op het bestaande gelegen, gedeelte. Het totale 'Houtvaart'- bad bestond vanaf dat moment uit twee gescheiden afdelingen, waarvan er één gratis toegankelijk was.
De twee afdelingen waren, ofschoon tegen de Houtvaart aan gebouwd, geheel van die vaart afgesloten. De bassins werden gevuld door drie putten, die tot een diepte van 33 meter waren geboord. Het water uit de bassins werd op verschillende tijden op last van de Gezondheidscommissie microscopisch en bacteriologisch onderzocht. De heer Sprenger leverde kwaliteit:
"Steeds voldeed het aan de eischen, die aan goed badwater worden gesteld."
Ingevolge een Raadsbesluit van 19 april 1905 werd de zwem- en badinrichting aan het Noorder Buiten Spaarne opgeheven. Op 16 juli 1927 werd om en nabij op de plek van het in 1904 gebouwde gedeelte een nieuw bad gebouwd. Dat is het bad zoals wij dat nu nog steeds kennen.

Het bad bestond uit drie bassins: een vijftig-meterbad dat door een houten hekwerk over de breedte in tweeën was gedeeld en twee kleinere bassins voor meisjes en jongens. Op het middenterrein waren kleedhokjes, instructieruimtes en dienstruimtes. De symmetrie van de constructie was dus zó ver doorgetrokken, geheel conform de tijdgeest, dat de scheiding van mannen en vrouwen ook in de praktijk gerealiseerd kon worden.
 
Deze 'Houtvaart' was in den beginne voor het publiek ook nog kosteloos toegankelijk. Een handdoek kon men huren voor 3 cent, een zwembroek voor 5 cent en een badpak voor een dubbeltje. De krant sprak in 1927 bij de opening van een "modern zwembad voorzien van eigentijdse mogelijkheden". Eén van die eigentijdse mogelijkheden was het wegnemen van dat houten hekwerk, waardoor het vijftig-meterbad over de volle lengte kon worden benut.
 

Om die reden kwamen vele Olympische zwemmers van de Amsterdamse spelen in 1928 in 'De Houtvaart' trainen. Naast de Duitse ploeg waren er ook Amerikanen en onder hen de wereldberoemde Johnny Weismuller, die later als 'Tarzan' veel successen zou boeken en in 1928 een zwemmer van superklasse was.

Ná 1945, toen het hout van het oude uit 1884
 
....daterende 'dubbeltjes'- bad door de oorlogsomstandigheden in diverse kacheltjes was opgestookt, werden er entreegelden geheven. Inmiddels was er geen sprake meer van enig particulier initiatief en werd het zwembad geheel geëxploiteerd door de Gemeente. Het bad had destijds niet alleen een functie voor Haarlem Zuid-West. Uit de verre omgeving kwam men op het enige openluchtbad af. Sociaal gezien had het bad, vooral later toen het schoolzwemmen (het ma-wo-vrij en di-do-za zwemmen!) ontstond, een belangrijke functie en uiteraard was het er op warme dagen vaak overvol.
Soms kwam het voor dat de politie de toegang tot het bad moest regelen, want anders werd het te vol en dus te gevaarlijk en onmogelijk om toezicht te houden. Het water was destijds nog niet zo doorzichtig als nu. Daarom werd er veel van het personeel geëist. Hoewel het personeel primair aanwezig was voor het lesgeven, moest de veiligheid ook terdege in acht genomen worden. Na de zwemuren werden de kleedcabines dan ook geïnspecteerd en wanneer daar kleren waren blijven liggen werd er direct alarm geslagen, want je wist maar nooit of er nog iemand in het water lag.
In 1969 heeft de 'Houtvaart' voor het laatst een fikse opknapbeurt ondergaan.
 
Aan de westzijde van het gebouw werd een aanbouw gerealiseerd waarin een nieuwe filterinstallatie werd ondergebracht, die het mogelijk maakte om het water binnen vijf uur te verversen. Ook kwam daar een lang verbeide verwarmingsinstallatie, die het publiek met nog meer plezier te water liet gaan. Het vijftig-meterbad en de twee kleine pierebadjes werden helder groen geschilderd, en in de bodem werden plastic aan- en afvoerbuizen aangelegd.
In 1986 pakten zich donkere wolken boven de 'Houtvaart' samen. Sluiting van de Houtvaart stond op de lijst van het College van B&W als één van de maatregelen om de gemeentelijke financiën weer op orde te brengen. Gelukkig kwam de Haarlemse bevolking daartegen massaal in opstand en de in 1991 opgerichte 'Vereniging van Vrienden van de Houtvaart' zorgde er mede voor dat de plannen van het gemeentebestuur vooralsnog niet uitgevoerd konden worden. In 1999 verleende rijksmonumentenzorg 'De Houtvaart' de status van monument. En de 'Vrienden', die inmiddels een groot deel van de exploitatie van het bad verzorgen, zijn nu nog steeds druk doende om het bad voor sluiting te behoeden.